Geschiedenis van de prijs

Boy Edgar Prijs – een beknopte geschiedenis

Buma Boy Edgar Prijs
De stichting Boy Edgar Prijs organiseert sinds 2013 de toekenning en uitreiking van de belangrijkste Nederlandse onderscheiding voor jazz en geïmproviseerde muziek, in samenwerking met het Bimhuis. Buma Cultuur is vanaf 2014  hoofdsponsor van de prijs en de prijs wordt mede ondersteund door Sena en vanaf 2016 ook door Northsea Jazz.
De VPRO is mediapartner. De toekenning en uitreiking van de prijs werd jarenlang georganiseerd door de Stichting Jazz in Nederland. In het recente verleden – tot 2013 – lag de organisatie bij Muziek Centrum Nederland in samenwerking met de VPRO.

In 1963 wordt de Stichting Comité Wessel Ilcken Prijs in het leven geroepen. Dat jaar ontvangt Herman Schoonderwalt de eerste Wessel Ilcken Prijs. Boy Edgar is in 1964 de tweede winnaar van de prijs. De eerste tien jaar wordt de Wessel Ilcken Prijs jaarlijks toegekend aan een musicus als erkenning voor diens grote verdienste voor de jazz, onder meer aan Misha Mengelberg, Han Bennink en Willem Breuker.

In 1974 verandert de Wessel Ilcken Prijs van karakter als deze als aanmoedigingsprijs wordt uitgereikt aan het leerorkest De Boventoon van Herman de Wit. Wanneer Theo Loevendie in 1979 als laatste de Wessel Ilcken Prijs ontvangt, is het karakter van de prijs inmiddels weer gewijzigd en geldt hij opnieuw als oeuvre prijs. Een jaar later, in 1980, verandert ook de naam: de prijs heet voortaan de Boy Edgar Prijs. Tot de winnaars behoren onder anderen Guus Janssen, Ernst Reijseger en Michael Moore.

In 1992 wordt de naam opnieuw gewijzigd: het wordt de VPRO/Boy Edgarprijs. De prijs wordt jaarlijks toegekend aan een musicus, die zich reeds lange tijd onderscheidt door opmerkelijke verdienste op creatief gebied ter verlevendiging van de Nederlandse jazz en geïmproviseerde muziek. Naast een geldbedrag van € 12.500 ontvangt de winnaar een plastiek van Jan Wolkers, welke de winnaar behoudt tot een volgende prijs wordt toegekend. Recente winnaars van de VPRO/Boy Edgarprijs en later de Buma Boy Edgar Prijs zijn Anton Goudsmit (2010), Ferdinand Povel (2011) Yuri Honing (2012) en Oene van Geel (2013). In 2014 wordt de prijs omgedoopt in de Buma Boy Edgar Prijs en wordt hij toegekend aan Jeroen van Vliet; in 2015 aan Tineke Postma.

Wessel Ilcken (1924 – 1957)
Wessel Ilcken was slagwerker, onder meer in het orkest van Piet van Dijk tijdens de jaren 40. In 1945 huwde hij de zangeres van het orkest, Rita Reijs, met wie hij in 1950 een eigen formatie startte. Hij toerde veel in het buitenland, speelde onder andere met Dizzy Gillespie en Stan Kenton, en maakte diverse plaatopnames, waaronder de Jazz Behind the Dikes serie.
Meer informatie over Wessel Ilcken is te vinden op de site van de Muziekencyclopedie

Boy Edgar (1915 – 1980)
Als huisarts en hoofdredacteur van Excerpta Medica, een internationaal vakblad voor medici, stond hij bekend als G.W.F. Edgar. De jazzwereld kende hem echter onder de naam Boy Edgar. Vanaf 1932 was hij vrijwel onafgebroken actief in de Nederlandse jazzscene.

Met de Haagse semiprofessionele band The Moochers kreeg Edgar in de tweede helft van de jaren dertig nationale bekendheid als trompettist, arrangeur/componist en orkestleider. Daarnaast speelde hij in die tijd, ook als pianist, onder meer met Kid Dynamite, Coleman Hawkins en Freddy Johnson. Met zijn progressieve, op Ellington geënte stukken, liep hij voorop bij de ontwikkelingen in Nederland.
Na de bevrijding trad Edgar op voor de Amerikanen in België en speelde hij in enkele bands. Ook schreef hij symfonische stukken voor het Metropole Orkest en arrangementen voor The Skymasters en andere orkesten. Begin jaren vijftig vond Edgar, geworteld in de swing, aansluiting bij de bebop. Zo was hij bijvoorbeeld pianist in het orkest van Wallace Bishop in de Sheherazade.
Het bekendst werd Edgar in de jaren zestig als leider van Boy’s Big Band. Optredens voor radio en tv waren de bestaansbasis van dit zeer divers samengestelde orkest. Op het repertoire stonden, behalve veel stukken van Theo Loevendie, voornamelijk Ellingtoniaanse composities en bewerkingen van Edgar. Die waren meestal amateuristisch en onvolledig neergekrabbeld en werden zelfs tijdens het spelen nog gevormd op aanwijzing van de chaotische, maar bezielende bandleider. Met een enorme saxsectie en soms twee bassisten en drummers, leek Edgar het orkest van Ellington te willen overtreffen.
Op uitnodiging van Edgar werd er veel opgetreden met Amerikaanse gastsolisten, waaronder Benny Bailey, Eric Dolphy, Slide Hampton, Abbey Lincoln, Oliver Nelson, Max Roach, Nina Simone en Ben Webster.
Begin jaren zeventig ging Edgar in het Shaffy Theater in Amsterdam met de workshops met Boy Edgar’s Sound een meer experimentele kant op. Met een saxgroep van zo’n zeven man, een ritmesectie en zangeres Gerrie van der Klei, werd op een ongedwongen manier en informeel gejamd. In de tweede helft van de jaren zeventig trad hij weer diverse keren op met een groot jazzorkest in een serie Ellington concerten.

Een bijzondere eigenschap van Edgar was, dat hij de kloof tussen de verschillende muzikantengroepen (radiomusici, beboppers, avant-gardisten) in de verzuilde jazzwereld wist te overbruggen, in zijn band en daarbuiten. De resulterende kruisbestuiving was van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van de Nederlandse jazz.
Boy Edgar leverde verder een belangrijke bijdrage aan de erkenning van de jazz als een hoogwaardige kunstvorm en stond aan de basis van de overheidssubsidiëring van de jazz.
Na zijn dood werd de Wessel Ilcken Prijs, die Edgar zelf in 1964 had gewonnen, als eerbetoon omgedoopt tot de Boy Edgar Prijs.
Meer informatie over Boy Edgar is te vinden in de Muziekencyclopedie

logo-buma-boy-edgar-prijs-klein