Biografie winnaar 2015 Tineke Postma

Laten we het maar een roeping noemen. Tineke Postma was nog maar een kind toen ze besloot om jazzsaxofoon te gaan spelen. Het feit dat zij op jeugdige leeftijd al meer naar jazzalbums van haar ouders luisterde – Miles Davis: ‘Round About Midnight! – dan naar popplaatjes getuigt van haar vroege verliefdheid op het genre. Toen zij naar het Conservatorium van Zwolle ging, had ze ook al een andere beslissing genomen: zij wilde de kost gaan verdienen met saxofoonspelen. En dat deed Postma. Nadat zij cum laude was afgestudeerd aan het conservatorium van Amsterdam verraste zij de wereld door zich te ontwikkelen tot één van de meest bejubelde en succesvolle jazzmuzikanten die Nederland ooit heeft gekend. In 2015 is zij vereerd met de Buma Boy Edgarprijs, de meest prestigieuze jazzonderscheiding van Nederland.

Vastberaden is het woord dat de instelling van Tineke Postma misschien nog het beste omschrijft. Terwijl zij haar vaardigheden vervolmaakte op de Manhattan School of Music, werd zij opgemerkt door een aantal gezichtsbepalende muzikanten uit de New Yorkse scene, een connectie die uiteindelijk resulteerde in optredens en cd-opnamen met sterren als Terri Lyne Carrington, Greg Osby, Wayne Shorter, Esperanza Spalding en Scott Colley. De albums van Dianne Reeves en Terri Lyne Carrington waarop zij werd gefeatured, werden zelfs onderscheiden met een Grammy. Terugblikkend op haar New Yorkse ervaringen zegt zij: “Om mezelf uit mijn comfort zone te sleuren, heb ik veel tijd in mijn eentje in New York doorgebracht. Kwetsbaarheid brengt het beste in mij naar boven. En ik voél me kwetsbaar als ik daar ben. Je hebt geen idee hoeveel ongelooflijk getalenteerde muzikanten – vaak echt hele jonge meisjes en jongens! – er in de New Yorkse scene rondlopen. Zij deden mij beseffen dat ik echt nog harder moest studeren.

Tot dusver zijn de resultaten van dat studeren heel erg bevredigend geweest. Zelfs nog voor haar afstuderen in 2003, was haar talent overduidelijk aanwezig voor al diegenen die haar hoorden spelen. In datzelfde jaar werd zij onderscheiden met de Sisters In Jazz All Stars Award in the United States en speelde zij ook op de internationale jazzfestivals van Vienne en Umbria. In 2006  kreeg zij op Midem de International jazz Revelation of the Year Award en drie jaar later de Jazz Juan Revelations Award in Antibes. 2003 was ook het jaar dat haar eerste, internationaal goed ontvangen plaat First Avenue uitkwam, het eerste album in een rij van zes. Haar tweede album, For the Rhythm (2005), bevestigde haar status in de States: de plaat stond drie weken in de Jazz Week Chart en werd door meer dan 250 radiostations gedraaid. Iedere volgende release kreeg juichende recensies en The Dawn of Light (2011) werd bekroond met de prestigieuze Nederlandse Edison Award – een prijs die zij deelde met haar band bestaande uit Marc van Roon (piano), Frans van der Hoeven (bas) en Martijn Vink (drums).

De stijl van Postma wordt door de critici vaak gekarakteriseerd als post-bop. Postma: “Post-bop of niet; ik wil gewoon écht improviseren. Ik wil met nieuwe, frisse ideeën aankomen. Iedere noot moet een reactie zijn op wat mijn bandleden spelen. Jazz is een vorm van communicatie die geen ruimte laat voor welluidende speeches die de rest van de band het zwijgen opleggen. Wayne Shorter heeft mij geleerd dat iedere noot een beeld moet bevatten of een woord of een zin van een verhaal moet zijn. Toen hij mij zijn album Without a Net liet horen, sprong hij steeds op uit zijn stoel en riep dan Did you see that ship floating by? of Oh my God! Did you see that? Isn’t that beautiful? Die benadering van muziek heeft voor mij zoveel mogelijkheden geopend. Ik speelde vroeger vaak noten die bij een baslijn of een akkoord pasten. Nu probeer ik ze te visualiseren zoals Wayne dat doet. Dat is een wereld van verschil.”

Dat het spel van Tineke Postma wereldwijd het verschil maakt, wordt keer op keer bewezen.
John Fordham, jazz guru van The Guardian, noemde haar een post-bop prodigy en DownBeat Magazine plaatste haar (weer) in het rijtje van de Rising Stars op haar instrument. In 2012 werd Postma uitgenodigd om samen met haar idool Wayne Shorter te spelen op de International Jazz Day in de Assembly Hall van de United Nations in New York, een gebeurtenis die zij omschreef als ‘het was zoiets als naast God staan.’

Postma’s laatste pièce de résistance was Sonic Halo, een album dat zij opnam met haar mentor Greg Osby en een ongelooflijke ritmesectie die bestond uit pianist Matt Mitchell, bassist Linda Oh en drummer Dan Weiss. Postma: “Het opnemen van Sonic Halo bleek een belangrijke stap in mijn carrière te zijn. Het was echt een positieve uitdaging – en dat is precies het gevoel dat het beste in mij naar boven haalt. Ik wil alle lagen van mijn muzikale zelf afpellen om tot de essentie te komen, de kern van mezelf. Maar het vinden van die kern in niet essentieel. Daar komt mijn spirituele kant om de hoek kijken: voor mij telt de reis en niet de eindbestemming.”

Sonic Halo en de Buma Boy Edgarprijs markeren het begin van een nieuwe fase in de carrière van Tineke Postma. The jury van de ‘Boy Edgar’ prijst haar kwaliteiten als bandleider: ‘vanwege haar respect voor andermans kunnen, heeft ze in haar eigen groepen een ontvankelijke en derhalve natuurlijke autoriteit. Dat betaalt zich uit in ieders muzikale bijdrage en trekt haar ensembles ongetwijfeld naar een nog hoger niveau.’ Ook haar talenten als componist worden geroemd: ‘zij beschikt over meer dan voldoende eigenheid, bravoure, passie en potentie, om zich zowel in Nederland als daarbuiten verder te ontwikkelen en te profileren met haar geheel eigen vorm van eigentijdse jazz.’ (…)  en tot slot ook: grensoverschrijdend zijn in de zin van grensverleggend, avontuurlijk, waarbij recht gedaan wordt aan wat jazz toch in de kern is, een open en vrije kunstvorm.’ Het moge duidelijk zijn: de reis van Tineke Postma is nog maar net begonnen.